|
INLEIDING
Elke goede menselijke relatie is er een van subject tot subject,
het is een ontmoeting tussen een 'Ik' en een 'Jij'. Wanneer
we de ander als een 'Het', dus als een object benaderen, is
er geen sprake van echt contact. Ook de ontmoeting tussen
een therapeut en zijn cliënt is er een van mens tot mens.
Toch verschilt zij van de 'gewone' menselijke relatie. De
Joodse filosoof Martin Buber noemt de relatie tussen een 'echte'
psychotherapeut en zijn cliënt een 'beperkt wederkerige relatie'.
Hiermee bedoelt hij dat het enerzijds belangrijk is dat de
therapeut zijn cliënt ontmoet in een Ik-Jij relatie, terwijl
hij anderzijds toch afstand neemt om het hele gebeuren te
overzien, te kijken wat zijn cliënt nodig heeft en zijn eigen
handelen te evalueren.
Wanneer we naar een goede therapeutische relatie kijken vanuit
de I.V.-driehoek, dan zien we dat de therapeut zich voortdurend
van de ene lijn van de interactiedriehoek naar de andere begeeft.
Tijdens de therapiesessie neemt de therapeut de leiding op
zich, om zo een duidelijke en veilige omgeving voor zijn cliënt
te creëren. Vanuit de regisseursfunctie geeft hij grenzen
aan en waakt hij over de duur van de sessie.
Een therapeut moet nederig genoeg zijn om te weten dat
niemand leraar kan zijn zonder ook student te zijn; niemand
kan genezen zonder zelf te worden genezen; wanneer we
geven, ontvangen we; en wanneer we doceren, leren we.
Elisabeth Kübler-Ross |
Hij gebruikt zijn kennis om zich een hypothese te vormen
over wat zijn cliënt nodig heeft en welke techniek hij op
dat moment het beste toepast. Een therapeut die zijn cliënt
echter enkel vanuit zijn verstand benadert en hem als een
'case' beziet, maakt een object van hem en belemmert zo de
interactie en het genezingsproces van de cliënt. Daarom is
het belangrijk om open te staan voor de cliënt en zijn wereld,
en hem te ontmoeten als de mens die hij werkelijk is. Het
is essentieel dat de therapeut geregeld terug plaatsneemt
op de stoel van de waarnemer (de publieksfunctie), om alert
te blijven op datgene wat er bij de cliënt gebeurt en om te
controleren of zijn hypothese juist was en hij een passende
techniek gekozen heeft. Hij moet ook in contact blijven met
zijn eigen gevoelens en gewaarwordingen, en ervoor zorgen
dat deze een echte ontmoeting niet in de weg staan. Om de
'rol' van therapeut goed te kunnen spelen (de acteursfunctie),
dienen regisseur en waarnemer met elkaar in evenwicht te zijn.
Verder dient de therapeut zijn hele menszijn binnen te brengen
in de ontmoeting,. en zich op een adequate manier naar de
cliënt toe te uiten.
Elke therapeut is ook een mens, met zijn eigen verleden. Hij
is gevormd en vervormd door de invloeden van het socialisatieproces,
met alle bijbehorende voordelen en valkuilen. Om als mens
en dus ook als therapeut zo goed mogelijk te functioneren,
is het nodig dat hij op zoek gaat naar het onevenwicht tussen
de drie interactiefuncties, zijn eigen zwakke en sterke kanten
leert kennen en een manier vindt om daarmee om te gaan.
DE REGISSEUR
De therapeut als gids
Eén van de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken die
gedeeld worden door de meeste therapieën, is het geloof in
de zelfhelende vermogens van de mens. De cliënt is degene
die het beste weet wat goed voor hem is. De therapeut kan
dan gezien worden als een gids, iemand die samen met de cliënt
het gebied doorkruist en die samen met hem op zoek gaat naar
zijn innerlijke hulpbronnen. Hierbij creëert de therapeut
geen afhankelijkheid en beweert niet het monopolie op de wijsheid
te hebben. In plaats daarvan steunt hij de cliënt en toont
hij hem hoe hij toegang tot zijn innerlijke wijsheid en kracht
kan krijgen zodat transformatie kan plaatsvinden. De therapeut
leert de cliënt hoe deze zichzelf kan genezen en hij fungeert
als coach en supporter tijdens dit proces. De belangrijkste
eigenschap van de therapeut is 'er zijn voor wat er is.' Hij
is er om mensen te helpen in contact te komen met hun ongeheelde
wonden en hun pijn, zodat ze ermee kunnen omgaan door ze vorm
te geven en ze op die manier naar buiten te brengen. De therapeut
wijst zijn cliënt op onaangesproken mogelijkheden die hij
nog niet heeft ontplooid, omdat een bepaalde overtuiging dit
in de weg staat of gewoon omdat hij zich er niet van bewust
was. De therapeut kan iemand helpen te begrijpen waarom hij
bepaalde dingen doet, maar kan hem niet veranderen. Het is
de cliënt die beslist welke richting hij wil uitgaan, wat
hij wil doen, en of hij al dan niet wil veranderen. Hoewel
de therapeut de regisseur is van het geheel van de therapiesessie,
is het belangrijk dat de cliënt altijd de regie over zijn
eigen leven behoudt, en de therapeut moet zich neerleggen
bij de beslissing van zijn cliënt. Wanneer een therapeut zijn
cliënt teveel probeert te helpen, ontstaat er disharmonie.
Het gevaar bestaat dat hij zijn cliënt 'klein houdt', of dat
hijzelf gefrustreerd geraakt omdat hij zijn cliënt niet genoeg
vorderingen ziet maken.
Kennis
Een goede therapeut beschikt over de kennis om zijn cliënt
op een veilige manier door het te ontdekken gebied te gidsen.
Hiervoor kan hij gebruik maken van kaarten. Een kaart is een
schematische weergave van de realiteit, het is een kader waarmee
je de werkelijkheid kan interpreteren.
Interactionele Vormgeving biedt de therapeut zo'n kader. Door
naar de cliënt te kijken vanuit de metafoor van de I.V.-driehoek,
krijgt hij duidelijkheid over welke interactiefuncties dominant
zijn, en welke ontwikkeld moeten worden om de driehoek aan
het draaien te krijgen. Op basis van deze kennis kan hij op
zoek gaan naar de geschikte aanpak die zijn cliënt op dat
moment nodig heeft. Vooral in de eerste fase van het therapeutisch
gebeuren, waarin de nadruk ligt op het winnen van het vertrouwen
van de cliënt, is het belangrijk dat de therapeut een techniek
gebruikt die aansluit bij de dominante functie. Een cliënt
die 'in zijn hoofd zit', waar de regisseursfunctie sterk ontwikkeld
is, zal zich gemakkelijker veilig en begrepen voelen wanneer
hij door de therapeut benaderd wordt vanuit de semantische
lijn, dan wanneer hij benaderd wordt vanuit een andere hoek.
Wanneer er genoeg vertrouwen is kan de therapeut zijn cliënt
proberen mee te voeren naar één van de andere lijnen van de
interactiedriehoek, om zo beweging te brengen.
De therapeut in de Interactionele Vormgeving heeft tijdens
zijn opleiding ook kennis gemaakt met andere kaders, zoals
gestalt, psychosynthese, NLP, systeemdenken, bio-energetica,
enz., en heeft geleerd te werken met de bijbehorende technieken.
Daardoor heeft hij de vrijheid om van kader te wisselen als
dit in het voordeel van de cliënt is. Naar een probleem kijken
vanuit een ander kader kan er een nieuw licht op werpen en
het zo verduidelijken.
Doordat taal voor ons zo'n vanzelfsprekend gegeven is, vergeten
we vaak dat dit ook een kader is waarmee we de werkelijkheid
interpreteren. Het therapeutisch gebeuren speelt zich grotendeels
af binnen de taal. Zelfs als we technieken gebruiken zoals
visualisatie, tekenen of bio-energetica, die zich richten
op de lijn van het gebeuren, laten we de cliënt achteraf vertellen
wat er tijdens die oefeningen gebeurd is, en proberen we dit
samen met hem te interpreteren, en een plaats te geven. Wanneer
de cliënt abstracte begrippen gebruikt, zoals 'vrijheid',
kan er taalverwarring ontstaan doordat cliënt en therapeut
het woord niet op precies dezelfde manier begrijpen. Om misverstanden
te voorkomen moet de therapeut geregeld nagaan, bijvoorbeeld
door het stellen van bijkomende vragen, op welke manier zijn
cliënt een bepaald woord 'definieert', of welke (emotionele)
associaties met het woord samenhangen. Het is tevens belangrijk
dat de therapeut zich bewust is van de manier waarop taal
en cultuur zijn wereldbeeld hebben gevormd, en alert is op
ingeslepen angsten, vooroordelen en stereotypes. Iemand die
beheerst wordt door vooroordelen kan immers niet op een goede
manier in communicatie treden met de ander. Hij ziet de ander
niet zoals deze werkelijk is, wat nefast is voor de relatie.
Ook de eigen ervaringen van de therapeut zijn een belangrijke
bron van kennis waaruit hij kan putten bij het begeleiden
van zijn cliënt.
DE WAARNEMER
Aanwezigheid
Het begrip aanwezigheid verbindt hedendaagse westerse therapieën,
waarin veel belang wordt gehecht aan techniek, met oudere
benaderingen van de menselijke ontwikkeling. De psychofysische
We zijn zulke fantastische technici geworden dat we ieder
individu slechts als een voorwerp zien om een techniek
op toe te passen. Hierdoor verliezen we het feit uit het
oog dat iedere mens een andere techniek nodig kan hebben,
als gevolg van zijn of haar unieke behoeften.
Jack Schwarz |
technieken uit Azië, het Midden-Oosten en het Europese kloosterleven,
zoals meditatie, mantra's en bewegingsrituelen, zijn gericht
op een bewustzijnsstaat waarin de student aanwezig leert te
zijn voor wat er is. In onze maatschappij waar tijd in termen
van geld wordt gezien, ervaren we vaak slechts een oppervlakkig
contact met anderen. Bovendien worden we dikwijls zo in beslag
genomen door onze eigen zaken, en zijn we zo gevangen in onze
eigen pijn en zorgen, dat we niet in staat zijn om er langer
dan enkele ogenblikken voor elkaar te zijn. Binnen een therapiesessie
is het echter heel belangrijk dat de therapeut helemaal aanwezig
is voor de cliënt. Een therapeut die met zijn gedachten 'ergens
anders' zit, en die zich niet in het 'hier en nu' bevindt,
is niet in staat om goed te luisteren naar zijn cliënt en
alert te zijn op zijn lichaamstaal. Om goed te kunnen werken
dient de therapeut aan het begin van een sessie als het ware
'een knopje om te draaien', en zijn eigen zorgen opzij te
zetten om er te zijn voor de cliënt. Elke therapeut heeft
een andere manier om dat knopje om te draaien. Soms gebeurt
dat automatisch, gewoon door de therapiekamer binnen te stappen,
terwijl andere mensen het nodig hebben om bijvoorbeeld vijf
minuutjes te mediteren voor de aanvang van een therapiesessie.
Intuïtie
Wanneer we aanwezig zijn in het gebeuren, en alert zijn op
de signalen van ons lichaam, onze gevoelens en onze gedachten,
creëren we ruimte voor onze intuïtie. Naast de praktische
vaardigheden die de therapeut moet ontwikkelen en de technieken
die hij beheerst, kan het leren luisteren naar de eigen intuïtie
van groot nut zijn bij de begeleiding van de cliënt. De intuïtie
is een functie van de waarnemer omdat ze ons een onmiddellijke,
en niet op begripsvorming of op redenering berustende, voorstelling
van de werkelijkheid geeft. Iedereen bezit intuïtie, maar
doordat in onze cultuur de nadruk ligt op het verstand, is
er vaak weinig of geen ruimte voor onze intuïtie. We hebben
soms de neiging onze intuïtieve gewaarwordingen af te doen
als onzin, omdat deze vorm van kennis niet voortkomt uit de
logische redenering van de geest. En zelfs als we wel overtuigd
zijn van het bestaan en de werkzaamheid van onze intuïtie,
staat de gedachtenstroom in ons hoofd de werking ervan dikwijls
in de weg. Om contact te maken met onze intuïtie moeten we
ons naar het hier en nu begeven, onze gedachtenstroom onderbreken
en zorgen voor innerlijke stilte. Een therapeut die luistert
naar zijn intuïtie kan deze gebruiken om zijn creativiteit
binnen het therapeutische gebeuren te vergroten. Daarbij blijft
het natuurlijk wel belangrijk dat hij nagaat of de boodschappen
die hij vanuit zijn intuïtie ontvangt kloppen en werkzaam
zijn binnen de realiteit van de cliënt.
DE ACTEUR
Empathie
Essentieel in de therapeutische relatie is de empathie, het
zich in de plaats
Wanneer iemand echt kan vertrouwen, en zijn gevoelens
van afzondering en verlatenheid kan laten varen, begint
hij met zijn lichaam te communiceren en zijn kwaal aan
te pakken. De moeilijkheid, vanuit de therapeut gezien,
is het feit dat vertrouwen geen bepaalde vorm heeft. De
techniek is onbelangrijk. Het vertrouwen is afhankelijk
van iets wat de cliënt voelt in de waarde van de betrokkenheid
zelf. Wanneer er vertrouwen heerst, voelt de cliënt de
weerklank, voelt zichzelf in de therapeut. En dat vertrouwen
vormt het zaad waaraan het genezingsproces kan ontspruiten.
" Emilie Conrad-Da'oud |
van de ander kunnen stellen om zijn houding en reacties te
kunnen begrijpen en met hem mee te leven. Wanneer een acteur
zijn rol overtuigend wil spelen, moet hij zich zoveel mogelijk
inleven in zijn personage. Om daarin te slagen gaat hij na
waar zijn eigen ervaringen en gevoelens en die van zijn personage
elkaar vinden. Als de therapeut durft te kijken naar zijn
eigen verwondingen en jeugdtrauma's, en nagaat waar die aansluiten
bij de verwondingen van zijn cliënt, kan hij deze beter begrijpen
dan wanneer hij hem op een meer verstandelijke manier benadert.
Zijn eigen gewond zijn stelt hem in staat zijn cliënt te vinden
om onbevooroordeeld bij hem te zijn. Toch kan de therapeut
niet altijd helemaal meegaan in de gevoelens van zijn cliënt.
Soms moet hij zich beschermen tegen dingen die hem te sterk
raken en eventueel oude wonden terug doen voelen, om niet
helemaal overspoeld te worden door zijn gevoelens. Ook daarom
is het belangrijk dat hij zijn kwetsbare plekken leert zien,
zodat hij ervoor kan kiezen om afstand te nemen wanneer dat
nodig is. Dit houdt in dat hij zijn eigen proces aangaat.
Het is nodig dat de therapeut zijn schaduw opeet, of er zich
toch bewust van is welke aspecten van zichzelf in de schaduw
zitten, om niet meegesleept te worden in een overdrachtssituatie.
De maatschappelijke rol van de therapeut
Net zoals 'bakker' en 'leraar' is therapeut een maatschappelijke
rol, waaraan een aantal eigenschappen en gedragingen gekoppeld
zijn. Wanneer je het beroep van therapeut uitoefent, wordt
van je verwacht dat je discreet bent, en geen dingen doorvertelt
van je cliënten. Je dient op een correcte en voorzichtige
manier met hen om te gaan, geen persoonlijke relaties buiten
de therapiekamer aan te gaan tijdens de duur van de behandeling
en een periode erna, en geen misbruik te maken van de zwakke
positie van de cliënt. Als je wil werken als therapeut in
de Interactionele Vormgeving, wordt je dan ook gevraagd een
gedragscode te ondertekenen, waardoor je je ertoe verbindt
je als een 'goede' therapeut te gedragen.
DE THERAPEUT IN RELATIE
Veiligheid en vertrouwen vormen de basis voor
elke goede menselijke relatie. Helaas zijn de meeste mensen
die in therapie komen op de een of andere manier gekwetst
in hun vertrouwen. Tijdens de eerste fase van het therapeutische
proces ligt de nadruk dan ook op het winnen van het vertrouwen
van de cliënt. Door mee te gaan in de wereld van de cliënt,
hem aan te spreken in zijn eigen taal, en hem met respect
te benaderen, creëert de therapeut een veilige omgeving. De
krachtigste manier om mensen te helen is onvoorwaardelijke
liefde. Doordat de liefde die we binnen ons gezin kregen vaak
gebonden was aan voorwaarden (bijvoorbeeld 'braaf zijn'),
en we kritiek kregen als we ons niet gedroegen zoals onze
ouders het wilden, bekritiseren we ook onszelf. We veroordelen
bepaalde aspecten van onszelf, en houden dus niet echt van
onszelf. Van onszelf houden doen we als we onszelf helemaal
aanvaarden. De therapeut aanvaardt de cliënt zoals hij is,
en maakt hem duidelijk dat hij een waardevol iemand is. Hij
geeft de cliënt bevestiging en helpt hem mee op zoek te gaan
naar vertrouwen, zelfvertrouwen en aanvaarding. Maar de beste
manier waarop een therapeut zijn cliënt kan helpen, is door
van zichzelf te houden. Wanneer een therapeut van zichzelf
houdt, is hij ook in staat om op een onvoorwaardelijke manier
van anderen te houden, en kan hij hen verwarmen met zijn liefde
Relaties zijn levensnoodzakelijk voor elke mens. Zeker in
een beroep als therapeut is het belangrijk om mensen te hebben
waar je terecht kan om even stoom af te laten als je die dag
enkele 'zware' therapiesessies hebt gehad. Als je 'vastloopt'
met een bepaalde cliënt of je wordt teveel geraakt, kan supervisie
bij een meer ervaren therapeut uitkomst bieden.
© Els Van Sonhoven
[Eerst gepubliceerd in Metafoor].
Onze dank aan Els om het hier te mogen publiceren.
KADER BINNEN TEKST (eventueel) Tekening van de I.V.-driehoek
|