|
Bron: dit artikel is geschreven door van Jürgen
Peeters, psychotherapeut, hier gepubliceerd met zijn toestemming.
De inhoud mag op geen enkele manier gebruikt worden zonder
toestemming van de auteur. Meer info op de website van De
Onderstroom. Dit artikel verscheen tevens in Metafoor,
Tijdschrift Interactionele Vormgeving, 4de jrg, nr 16.
“Het conflict tussen de wil om
afschuwelijke gebeurtenissen te ontkennen
en de wil om ze luidkeels te verkondigen
is de centrale dialectiek
van psychische trauma’s.”
(Judith Lewis Herman)
Met het schrijven van dit artikel ga ik misschien een stap
te ver. Zo dikwijls ben ik beginnen schrijven en weer gestopt,
omdat ik dacht: “Klopt het wel?” En erger nog:
“Als het klopt… wat moeten we daar dan mee?”
De incestueuze cultuur
De voorbije eeuw is seksueel misbruik in het gezin bijna
tot op het bot onderzocht. Ons wetenschappelijk denken heeft
geleid tot vele verklaringsmodellen en behandelprogramma's,
zowel voor daders als voor slachtoffers. Toch gaat het steeds
verder. Meer dan door de seksuele feiten an sich, wordt het
traumatische effect van seksueel misbruik in het gezin bepaald
door de pathogene relatiepatronen die er heersen. Het gaat
niet alleen om die 5 minuten van de feiten, maar vooral om
de 23 uur en 55 minuten daar rond. Wat merken we nu? Heel
wat kenmerken van de incestueuze relatie vind je terug in
“normale” gezinnen en in heel onze Westerse cultuur.
Gedurende de jaren dat ik met deze problematiek geconfronteerd
werd, ben ik voor mezelf meer en meer het onderscheid gaan
maken tussen seksuele incest en de incestueuze relatie. De
term seksuele incest duidt op het verrichten van seksuele
handelingen tussen bloedverwanten of gezinsleden. Met de incestueuze
relatie verwijs ik naar de kenmerken of kwaliteiten van de
relatie in gezinnen waar seksuele incest gepleegd wordt:
· Systematisch negeren van de emotionele behoeften
van de ander
· Parentificatie
· Machtsmisbruik en tegelijk sterke onmachtsgevoelens
bij alle leden van het gezin
· Manipulerende communicatie: paradoxale en dubbele
boodschappen, kronkelredeneringen en geheimhouding
· Ontbreken van duidelijke grenzen (lichamelijk, seksueel,
emotioneel, generationeel)
· Pathologische regulatie van emoties (verslaving,
eetstoornissen, automutilatie…)
· Misbruiken van een afhankelijkheidsrelatie
De meeste opgesomde kenmerken vind je terug in vele gezinnen
waar er naar feiten en beleving helemaal geen seksueel misbruik
was. De gevolgen daarvan kunnen even traumatisch zijn. Onnoemelijk
veel mensen die niet seksueel misbruikt zijn vertonen kenmerken
van het posttraumatisch stresssyndroom als gevolg van de pathogene
relatiepatronen uit hun gezin van herkomst.
De zaak Dutroux
De manier waarop de zaak Dutroux naar de bevolking is gebracht,
heeft onze maatschappij het zoveelste rad voor ogen gedraaid.
Seksueel misbruik lijkt iets voor zwaar gestoorde psychopaten.
Dit is een grove verdraaiing van de realiteit. Wereldwijd
uitgevoerd onderzoek wijst uit dat 70 tot 85% van het seksueel
misbruik intrafamiliaal gebeurt, 1 op 3 vrouwen en 1 op 4
mannen in haar of zijn leven in aanraking komt met seksueel
misbruik, in 14% van de gezinnen seksuele incest plaatsvindt
en in één op vijf gevallen de partner aansprakelijk
blijkt te zijn voor seksueel geweld op vrouwen. Daarnaast
stellen we vast dat de porno industrie één van
de meest bloeiende idustrieën ter wereld is. Bestaat
er zoiets als mensen en on-mensen? Wat is het aandeel van
individu en maatschappij in deze problematiek? Wie is bereid
om werkelijk tot op het bot te gaan?
Dadertherapie
Wereldwijd de meest gangbare methode om met seksuele delinquenten
te werken is het ‘cognitief gedragstherapeutisch’
model. Het is een programma waarbij hervalpreventie centraal
staat en men vooral op het semantische en het gedragsgerichte
spoor werkt. Men gaat als het ware sterk trainen in de richting
van ‘de Wil’. Er wordt onder andere gebruik gemaakt
van het analyseren van de misbruikketting (delictscenario)
gekoppeld aan het uitdagen van kronkelredeneringen (cognitieve
distorsies). Het ‘cognitief behavioristisch model’
komt voort uit een medisch-wetenschappelijk denken en is gericht
op controle en beheersing. Deze werkwijze kent zo’n
grote aanhang, omdat dit heel concreet en direct kan werken.
Ze kent wat mij betreft zo veel aanhang omdat ze de afstand
vergroot tussen de dader/cliënt en de niet-dader/therapeut.
De cliënt wordt een te bestuderen en te behandelen object
Als we deze werkwijze gaan plaatsen binnen de IV-driehoek
merken we direct een belangrijk tekort:

Er is namelijk weinig ruimte voor beleving, voelen en onbewuste
processen. De grijze zone van het schema maakt zichtbaar wat
ik de schaduw van de cognitieve gedragstherapie noem. In die
schaduw zitten overlevingsstrategieën, onbewuste incestueuze
patronen, archetypische krachten.
Als we dit tot ons bewustzijn willen laten doordringen, moeten
we naar onze eigen donkere kant durven gaan kijken.
Hoe en waarom laten we ons bedriegen?
Eén van de belangrijkste obstakels om zicht te krijgen
op de traumatische dynamiek lijkt mij de dialectiek van het
trauma zelf te zijn. Elk trauma wil zover mogelijk verdrongen
worden en tegelijk vecht het om bestaansrecht. Telkens je
licht wil werpen op een trauma, komt pijn naar boven. De mens
is bijzonder creatief in het zoeken naar mechanismen om die
pijn te vermijden. Denk maar aan dissociatie, fragmentatie,
vervlakking, isolement, verslaving, schuldgevoelens, negatief
zelfbeeld, etc. Allemaal tijdelijke oplossingen die even de
pijn verzachten. In het verlengde van deze verzachting, ontstaat
een nieuwe pijn; die van de overlevingsstrategie zelf. Want
uiteindelijk willen we allemaal diep van binnen leven en niet
enkel overleven. En het is trouwens met die overlevingsstrategie
dat we voortdurend pijnlijk gaan botsen met onszelf en anderen.
Van generatie op generatie worden samenlevings- en overlevingspatronen
doorgegeven. Sommige van die patronen zijn leven schenkend,
andere gewoonweg traumatiserend. Verandering in deze patronen
brengen vraagt veel meer dan bewustwording alleen. Hoe vaak
hoor je niet: “wat ik altijd zo vervloekte aan mijn
ouders, doe ik nu ook met mijn kind”. Of een man die
tegen zijn vrouw zegt: “je bent net mijn moeder!”
Het vraagt durven kijken naar een verleden waar pijn aan
vastzit. Het is onze natuurlijke voorkeur tot pijnvermijding
die ons inspireert om allerlei constructies te bedenken die
het vrije leven in de weg staan. De angst en pijn, opgeslagen
in elke vezel van ons lichaam, trachten we te overstijgen
met de ratio. Dit gebeurt zowel individueel als collectief.
Denk maar aan hoe we de voorbije eeuw in de greep geraakt
zijn van de medische wetenschap. Het wetenschappelijk bewustzijn
is ontzield. De ratio ontkent zijn fysieke en emotionele onderbouw
en zijn spirituele bovenbouw.
Zolang we als maatschappij niet de moed hebben te gaan kijken
naar onze eigen incestueuze patronen, kunnen we geen gepast
antwoord geven op de problematiek van seksueel geweld. De
onderdrukking van seksualiteit, waar onder andere tweeduizend
jaar christendom wel voor iets tussen zit, heeft deze zodanig
geperverteerd, dat wij als mensen meer beestigheden zijn gaan
vertonen dan gelijk welk dier ons ooit heeft voorgedaan.
Aan het eind van vorige eeuw is het beeld van het veilige
gezin behoorlijk onder vuur komen liggen. Gezinnen blijken,
seksueel misbruik of niet, vaak minder veilig te zijn dan
je op het eerste zicht zou denken. Hoe kan het anders dat
zovele mensen bang zijn zich liefdevol met iemand anders te
verbinden, dat er zoveel verslavingsgedrag is en zoveel agressie
en geweld. Niet weten wat je voelt kan volgens mij slechts
het gevolg zijn van daar als kind niet in gezien te zijn.
Als je gevoel als kind werd erkend zou je het als volwassene
toch wel herkennen en er durven voor opkomen. Voor meer dan
driekwart van de wereldbevolking is op deze manier gaan nadenken
over het gezin en veiligheid, een onbegrijpelijke luxe. Het
is maar omdat we in één van de veiligste landen
ter wereld leven, dat we de ruimte hebben om stil te staan
bij hoe we ons in ons gezin en onze relaties voelen. Net zoals
cliënten in therapie, heeft ook een volk veiligheid nodig
om zijn trauma’s te kunnen verwerken. En ons volk heeft
trauma’s opgelopen. Denk alleen al maar aan de twee
wereldoorlogen. Bewustzijn verruimen en verdiepen vraagt om
een veilige plek.
Bronnen en aanbevolen literatuur
· ADAMS A., Ik was een vrolijk kind. De Toorts, Haarlem,
1991.
· BRUINSMA F., Incesthulpverlening. SWP, Utrecht, 1994.
· FRENKEN J., VAN STOLK B., Behandeling van incestplegers.
Een model voor behandeling in justitieel kader. Bohn Stafleu
Van Loghum, Houten/Antwerpen, 1990.
· FRENKEN J. Seksueel misbruik van kinderen; aard,
omvang, signalen, aanpak. Nisso, Utrecht, 2001.
· HERMAN, Judith Lewis, Trauma en herstel. De gevolgen
van geweld - van mishandeling thuis tot politiek geweld. Amsterdam,
Wereldbibliotheek, 1993.
· LOWEN A., Narcisme; de ontkenning van het ware zelf.
Servire, Cothen, 1995.
· PEETERS J., Mannen over de grens; over mannelijkheid,
seksueel geweld en dadertherapie. EA, Berchem, 2001. (eindwerk)
· VERHAEGHE P., Liefde in tijden van eenzaamheid; drie
verhandelingen over drift en verlangen. Acco, Leuven, 1999.
· STROECKEN G., Het miskende kind in onszelf. Acco,
Leuven, 1994.
· MILLER A., In den beginnen was er opvoeding. Van
Holkema en Warrendorf, Houten, 1997.
· http://www.cgso.be/feiten/feiten.htm
|