| Proces
2: De volledig lichamelijk gevoelde betekenis / Expliciteren
van het impliciet gevoelde |
| Therapeut
(T) |
Cliënt
(C)* |
Voorbeelden |
T reflecteert, valoriseert die
lichaamssensatie, bevraagt die, laat C wachten, gebruikt
stilte, introduceert daarmee de focusingattitude |
Een lichamelijke sensatie
|
T: " Kan je eens nagaan
wat je gewaarwordt in je lichaam? "
C: " een spanning in de maagstreek" en "die
is krachtig" |
| T neemt die bijkomende betekenis over en laat stilte
(focusingattitude), geeft tijd en ruimte aan het innerlijk
gevoelde om zich verder te ontvouwen; T laat C telkens
toetsen, geven die "uitdrukkingen" het juist
weer |
Er komt meer via symboliseringen/beelden |
T: meestal vanzelf of "wat komt er naar voor,
welk beeld, woord, kleur, vorm, beweging?"
C: "het springt eruit"
C:" zoals een duivel uit een doos" |
| T geeft C mogelijkheid om te doorvoelen, herhaalt de
woorden van C (handvatten: een handvat neemt een
gans gevoel vast en kan daarmee terug opgeroepen worden);
een lichte verandering in de woorden kan reeds wat anders
betekenen; T laat resoneren, spiegelt de begrippen,
waardoor C kan toetsen |
Er komt nadien haat naar boven, dus een
emotie
|
T:" welke emotionele kwaliteiten zitten er in die
gewaarwording ?"
C:" dat is juist" "of nee, het is eerder
zo, ..." |
| T laat C de ruimte om te vertellen over de situatie |
C legt verbinding met situatie |
T:"Wat in je leven voelt zo?"
C:" Mijn vriend heeft me inderdaad gekwetst, vernederd |
| T kan eventueel via verdere vragen nog
verder exploreren; er zou nog meer nieuws kunnen komen. |
Hieruit komt de groeistap, het nieuwe, C wordt
gewaar, er verandert iets in hem.
= gevoelde verschuiving (shift) of het impliciete werd
geëxpliciteerd |
(zucht, ontspanning in het lichaam) |
* De volgorde kan telkens verschillen, C starten dikwijls
op een andere manier op of met een specifieke component; als
een bepaalde component zich niet ontvouwt, is het aan de T
om deze ontbrekende componenten te evoceren opdat de gevoelde
betekenis volledig aanwezig kan komen. Het ontbreken van een
bepaalde component kan je uitnodigen
- Het eerste proces: de juiste afstand vinden ten aanzien
van de beleving, ruimte maken; de C zit te ver, te dicht,
...
- Het tweede proces: de kern van het focusingproces (zie
schema)
- Het derde proces: het ontvangen van alles wat zich wil
aandienen in het ervaringsproces bv allerlei struikelblokken
zoals weerstanden, interferende karakters (of de interne
criticus), ...
|