De Maandkalender en de Zonnekalender.
Onze voorouders, de Kelten gebruikten vroeger een Maandkalender.
Deze was gebaseerd op de Maan. Door observatie van de Maan
kwamen ze op een Maancyclus van 28 dagen, die werd verdeeld
in 4 groepen van 7 dagen (Nieuwe Maan, 1e kwartier, Volle
Maan en Laatste Kwartier: telkens een periode van 7 dagen).
Ook de Islam gebruikt nog steeds een niet gecorrigeerde Maandkalender,
met als gevolg dat de Ramadan steeds opschuift. De Joden gebruiken
ook een Maandkalender, maar dan wel een gecorrigeerde.
Later zijn wij overgestapt op de Zonnekalender, gebaseerd
op de veranderingen van de Zon. Onze voorouders zagen dat
de Zon in de winter een kleine boog maakt, en laag aan de
hemel blijft, tegelijk zijn de dagen korter. In de zomer volgt
de Zon een grote boog hoog aan de hemel, dit valt samen met
lange dagen. Deze bewegingen werden door de Druïden vastgelegd.
Hoe deden ze dat? Ze sloegen een stok in de grond op de plaats
waar de zon opkwam in het Oosten. Elke dag deden ze dat opnieuw.
En de stokken schoven langzaam op naar het Noorden. Bij de
Zonnewende bleef de stokken een drietal dagen op dezelfde
plaats staan om daarna langzaam terug te keren. Tijdens de
winterzonnewende werd het laagste punt bereikt. Tussenin wanneer
de dagen evenlang waren als de nachten had je dan de lente-
en herfstevening. Met deze palen had men dus de Zon kunnen
vastleggen. De stokken waren in hout, en nadien werd er een
heiligdom van gemaakt, in steen. Zo ontstond o.m. het bekende
Stonehenge (zonneobservatorium).
De Zonnekalender werd uiteindelijk opgelegd door het Christendom
(de Maankalender was eenvoudiger dan de Zonnekalender).
Het OGHAM-alfabet.
De Kelten gebruikten een eigen alfabet, het OGHAM-alfabet
genaamd, dit is een eenvoudig alfabet, dat enkel gebruikt
werd voor opschriften, er zijn dus nooit boeken mee geschreven.
De Druïden vonden trouwens dat alles in het geheugen
moest blijven en dat het niet nodig was boeken te schrijven.
Elke letter van dit alfabet is een beginletter van de 20 belangrijkste
bomen van de Kelten; 13 letters verwijzen naar de 12 à
13 manen per jaar. De cyclus van de Maan telde 28 (bijna 29)
dagen, daarom waren er soms 12, soms 13 manen per jaar. Men
rekende dan13 x 28 is 364 + 1 dag is één jaar;
die ene dag werd gewijd aan de maretak. De maretak was een
boom op een boom. Daarvan komt dan het gezegde 1 jaar en één
dag.
De boom als levenssymbool.
Door alle culturen en tijden heen is de boom voor de mens
een belangrijk levenssymbool geweest. In onze huidige geïndustrialiseerde
samenleving wordt die betekenis naar de achtergond verdrongen.
Tot vandaag toe kennen wij een aantal bomen waaraan een helende
kracht wordt toegeschreven. Vroeger werd aan de bomen een
ganse kultus gewijd. Het christendom zag ten tijde van zijn
verspreiding deze heilige bomen als momumentale vertegenwoordigers
van deze 'heidense' natuurreligies. Daarom werden in die tijd
op last van het christendom heel wat bomen omgehakt. Maar
meestal koppelde men de oude cultus aan de nieuwe godsdienst,
vandaar dat de kapelletjesboom ontstond, waarbij men meer
de nadruk ging leggen op het kapelletje dan op de boom. Op
die manier zette het Christendom de oude gebruiken naar zijn
hand.
De Kelten introduceerden het gebruik om bij de woning of op
het dorpsplein een linde te planten, ter bescherming van familie
en gemeenschap. Onder de dorpslinde vergaderden de schepenen,
sprak men recht, en werd er gedanst bij feestelijkheden. Jonge
geliefden spraken er af omdat er onder deze aan liefde en
vruchtbaarheid gewijde boom gekust mocht worden. Wanneer er
recht gesproken werd, vervulde de boom ook dikwijls een rol
als galg of schandpaal bij het uitvoeren van de opgelegde
straffen. Rechtspreken gebeurde zowel onder de linde als onder
de eik.
Er waren ook heksenbomen. 's Nachts zaten er trompetspelende
heksen in die linden, en je kon deze bomen maar best vermijden
want heksen bespringen de voorbijgangers; men noemde dit :
'van de mare bereden worden'. En een minnaar die je bedrogen
had, kan je betoveren door drie nagels in een kapellekensboom
te slaan.
Een ander gebruik is het planten van de meiboom op de laatste
zondag van april. Het ontluikende frisse groen houdt de belofte
in voor een vruchtbaar jaar. De dansen en volksspelen die
rond de meiboom worden gehouden, staan symbool voor vreugde
en vernieuwing.
In de donkerste dagen van het jaar wordt de kerstboom in de
huiskamer geplaatst. Wie van ons kent er nog de betekenis
van dit gebruik, dit was het voorchristelijk 'feest van het
licht', dat de wedergeboorte van de zon en het licht op de
duisternis symboliseert. Vanaf de winterzonnewende (+/- 21
december) worden de dager immers terug langer dan de nachten.
Ook bij een nieuw leven wordt soms een jonge boom geplant,
en men verbindt dan het leven van dit pasgeboren kind met
de levenskracht van de lotsboom.
Boomrituelen in andere culturen.
De boom staat dikwijls in verband met een aantal overgangsrituelen
van kind naar volwassene. Vandaag nog worden in Italië
jongens aan het begin van hun puberteit door hun ouders driemaal
door de gespleten stam van een jonge boom gehaald. Deze symboliseert
een vagina waardoor de jongens op een rituele manier herboren
worden. Op het snijvlak wordt een gewijde afbeelding van de
Maagd Maria vastgemaakt dat in de boom blijft zitten wanneer
deze, weer dichtgebonden, verder uitgroeit tot een volwassen
boom. Ander voorbeelden vind je in de Voedoe-godsdienst in
Haïti waar men de god van de vegetatie aanbidt, Loco
genaamd, in de gedaante van een boom. In Vanuatu duiken jongens,
om hun moed te bewijzen, van een 15 meter hoog houten platform
waarbij alleen een aan hun enkels gebonden elastische band
voorkomt dat ze te pletter vallen. Ook bij de Sjamanen speelde
de boom een belangrijke rol.
De 13 Manen van de Kelten (welsch)
en hun respectievelijke 13 bomen.
Elke boom was gelinkt met een bepaalde Maan van het jaar.
Het Keltisch jaar begon volgens sommigen op 1 november met
het Samheinfeest. Het ogenblik waarop men de doden ging eren,
het land lag dan braak, de vruchten waren geplukt. Men dacht
aan een vlies tussen twee werelden - deze wereld en die der
overledenen - dat op deze moment het gemakkelijkst doordringbaar
was. Volgens anderen startte het jaar op 25/12 of met de eerste
Maan na de winterzonnewende. In de tekst hieronder baseren
we ons op deze laatste startdatum.
De eerste boom van de dertien is de BERK (Beth)en
valt samen met de eerste Maan na de winterzonnewende. De berk
heeft een witte stam (let wel een jonge berk heeft een bruine
stam) en werd aan de Zon toegewijd, men sprak van de
overwinning van het zonlicht op de duisternis (de winterzonnewende).
De berk kan het meest Noordelijk groeien, het is een heel
taaie boom en staat symbool voor vernieuwing, reinheid en
zuivering. Er werden bezems gemaakt van rijsthout. Van berkesap
kan je wijn maken, berksesap is trouwens erg gezond.
De tweede boom van de dertien is de LIJSTERBES (Louis).
Dit is een vrouwelijke boom, in het najaar heeft deze mooie
oranjebessen; hij wordt niet groot en heeft vedervormige bladeren.
Deze boom staat voor bescherming, en wordt geassocieerd met
het hert en Mercurius en met de tweede Maan na de winterzonnewende..
De derde boom van de dertien is de ES (Nion). Dit
is een mannelijke boom, een hoge boom die gebruikt werd voor
het maken van stelen voor gebruiksvoorwerpen (bv speren, bezemstelen).
Het hout is sterk, soepel en heel recht. Het symboliseert
de verbinding tussen de hogere en de lagere wereld. In het
Germaans heet deze Yggdrasil of levensboom. Deze boom wordt
geassocieerd met de ever en met Mars en Jupiter en met de
derde Maan na de winterzonnewende.
De vierde boom van de dertien is de ELS (Fearn). Deze
boom draagt typische katjes en is een waterboom bij uitstek.
Het is een vrouwelijke boom. Als je er een tak afscheurt dan
geeft deze een rode kleur af (vandaar ook vrouwelijk). Het
is de enige boom die niet rot in het water, en het hout ervan
werd dan ook in de grond gebruikt als steunpunt. Deze boom
wordt geassocieerd met de bij en met de planeet Venus en met
de vierde Maan na de winterzonnewende.
De vijfde boom van de dertien is de WILG (Saille,
Salix). De wilgenbast werd gebruikt als pijnstiller. Salinezuur
wordt bv. gebruikt in aspirientjes. De wilg staat voor levenskracht
en reïncarnatie. De wilg zuigt veel water, en werd gebruikt
als vrouwelijke staf. Het hout van de knotwilg werd gebruikt
om te vlechten. Deze boom wordt geassocieerd met de Maan en
met de wolvin en met de vijfde Maan na de winterzonnewende.
De zesde boom van de dertien is de MEIDOORN. Deze
staat bekend voor de vruchtbaarheid en wordt geassocieerd
met Venus en de stier en met de zesde Maan na de winterzonnewende.
De zevende boom van de dertien is de EIK (douib).
Je hebt de zomereik en de wintereik. De zomereik heeft géén
steeltje en de wintereik wel. Onder deze bomen werden belangrijke
vergaderingen gehouden. De druïden werden de wijze mannen
van de eik genoemd. In de winter groeide op deze eik de MARETAK
(deze groeide echter ook op andere bomen). De maretak is een
parasiet. De maretak draagt in de winter vruchten, kleine
bolletjes die iets slijmerigs afgeven als je er op drukt.
Dit slijmerigs hield verband met het mannelijk sperma. Men
spreekt ook van de eikkoning: de eik was namelijk de koning
van de bomen van 21/12 tot 21/06. Daarna was de hulstkoning
van 21/06 tot 21/12. De hulst heeft stekels. De eikkoning
en de hulstkoning hadden banden met elkaar. De eik werd geassocieerd
met het paard en met Jupiter. De maretak werd geassocieerd
met de beer en ook met Jupiter. Deze zevende boom viel samen
met de zevende Maan na de winterzonnewende.
De achtste boom van de dertien is dan de HULST (tinne).
De huklst stekelt, en is een boom die erg dwars kan liggen.
De hulst draagt hosten (ram). De Hulst wordt geassocieerd
met Mercurius en Mars en met de achtste Maan na de winterzonnewende.
De negende boom van de dertien is de HAZELAAR (cull).
Deze gebruikt men voor de mannelijke staf en wordt geassocieerd
met wijsheid, met de raaf en met de negende Maan na de winterzonnewende.
De tiende boom van de dertien is de BRAAM (muin).
Deze werd door de Kelten ook als een boom gezien. De braam
kan een een belangrijke hindernis vormen, en voor problemen
onderweg. Deze boom viel samen met een Maan in het najaar
(de tiende dus), een moeilijke periode. Hij werd geassocieerd
met Pluto, Neptunus en met de Steenbok.
De elfde boom van de dertien is de KLIMOP (gort).
Deze overwint de barrière, via de klimop kom je boven
de braam. Hij werd geassocieerd met de arend en met Uranus
en met Saturnus en met de elfde Maan na de winterzonnewende.
De twaalfde boom van de dertien is het RIET (peith).
Deze viel samen met de Maan van eind oktober begin november
(dus de twaalfde). Het Riet is bekend voor zijn enorme buigzaamheid,
en de oogst van het riet werd gebruikt als dakbedekking. Deze
boom werd geassocieerd met Neptunus en de zalm.
De dertiende boom van de dertien is de VLIER (). Deze
viel samen met de donkerste periode van het jaar en met de
dertiende Maan na de winterzonnewende. Van deze boom kan je
vlierwijn maken. Hij werd geassocieerd met Mars, Pluto en
de draak.
Bronnen: Voor meer informatie en rondleiding kan je
contact opnemen met jeugdschrijver
Patrick Lagrou. Ik heb zelf samen met Anita, mijn echtgenote
zijn verhaal over de Keltische bomen gehoord in een activiteit
met als titel "de Keltische bomensymboliek en het midzomerritueel"
georganiseerd door De Spiegel (Spoorweglaan 101, Haasdonk
03-775 44 84) in het arboretum in Haasdonk (Hof ter Saksen,
Haasdonklaan 101) op zondag 25 juni 2000. Ik ben bovenstaande
bomen anders gaan zien, en vond het een verrijkende dag.
Zie ook het boek van Petra Sonnenberg, De spirituele
kracht van bomen, De oerkrachten en helende eigenschappen
van bomen voor het versterken van lichaam en geest, uitgeverij
Schors, Amsterdam, 1999, 176p.
Zie ook de brochure: Ik ben een boom, een kunstenaarsproject
(april 1997-juni 1999) met educatief luik voor kinderen van
8 tot 12 jaar van Rasa, Dr. Verdurmenstraat 16, 9100 Sint-Niklaas.
|