|
a) Het geografisch coördinatenstelsel

De geografische coördinaten op aarde worden bepaalt
door de Noord- en Zuidpool, beide evenver gelegen van
de equator. De hoogte of latitude wordt gemeten in graden
en gaat van -90° (aan de Zuidpool) tot +90°
(aan de Noordpool). De beide polen wordt bepaald door
de rotatieas van de aarde. De Oost- en West afstanden
wordne ook in graden gemeten. er is géén
natuurlijk startpunt, alle geografische lengten zijn
gelijkwaardig. Vandaar dat er een uitgekozen is namelijk
de Greenwich meridiaan, deze wordt dan e eerste meridiaan
genoemd.
b) Het topocentrisch coördinatenstelsel

Daarnaast maken astronomen ook nog gebruik
van het topocentrisch coördinatenstelsel Dit syteem
maakt egrbuik van het vlak van de horizon als referentievlak.
Het referentiepunt binnenin het vlak is het geografische
Noordpunt. Hier werkt men met het Azimuth, dit wordt
gemeten langs de horizon, oostwaarts vanaf het Noordpunt
(0 ... 360° graden). Verder spreekt men van de hoogte
(altitude), dit wordt loodrecht gemeten op de horizon.
De hoogte gaat van -90°(= beneden de horizon) tot
+90° (boven de horizon). Het punt, recht boven u
dat +90° hoogte heeft, wordt het zenith genoemd.
Aan de andere kant ligt het nadir. Elke waarnemer op
aarde heeft zijn eigen alt-azimuth systeem, zodat de
coördinaten van hetzelfde object verschillen al
naargelang de waarnemer. Bovendien veranderen de hoogte
en het azimuth door het roteren van de aarde op een
gegeven plaats en lokatie. Vandaar dat dit syteem minderbruikbaar
om een min of meer blijvende positie van iets in de
ruimte te bepalen.

c) Het galactisch coördinatenstelsel
Dit wordt gebruikt voor de positiebepaling van objecten
buiten het zonnestelsel.
|