Sky & Telescope
Dennis di Cicco
 

A s t r o l o g y - Mandala

Declination
 
Only In English
Only in Dutch
Other (Dutch)
 
Home Mandala Declination Coördinatenstelsels You are here

 


 

Declinaties

De verschillende astronomische coördinatenstelsels.

available only in Dutch

Wat zijn coördinaten?
Coördinaten zijn getallen die gebruikt worden om de plaats van een punt vast te leggen, bv op een lijn, in een vlak of in de ruimte.
Men vertrekt daarbij steeds van een referentiepunt, of de oorsprong van het coördinatenstelsel. Om bv de plaats van een dorp op een kaart vast te leggen heb je 2 getallen nodig, één voor de horizontale plaatsbepaling en één voor de vertikale.
In de ruimte heb je 3 getallen nodig. In de astronomie worden verschillende coördinatenstelsels gebruikt, en de meeste dienen om een bepaald punt vast te leggen op de hemelbol. Men werkt met een vaste grote cirkel op deze bol en zijn bijbehorende polen.
Om de plaats van een bepaald punt P te bepalen, brengt men door P een grote cirkel aan, deze staat loodrecht op de vaste grote cirkel die men als referentievlak heeft genomen. Het snijpunt dat het dichtst bij P ligt, noemen we P'. De boogafstand PP' is dan de ene coördinaat. Deze wordt gemeten in °, van 0° tot 90°. De boogafstand van P' tot een vast referentiepunt op de vaste grote cirkel vormt de tweede coördinaat. Deze wordt uitgedrukt van 0° tot 360° of in uren van 0u tot 24u.

Coördinatenstelsels:

Astronomen gebruiken verschillende coördinaten stelsels.
Als we naar de nachtelijke hemel kijken lijken de sterren opgehangen te zijn in een grote omgekeerde schaal of kom. Deze omgekeerde kom wordt de hemelbol genoemd. Vermits alle hemellichamen aan de hemelbol voor ons op dezelfde, lange afstand bevinden, is het niet noodzakelijk om hun juiste afstand te kennen. Het is voldoende als we de hoekpositie kennen zoals deze geprojecteerd wordt in de hemelbol. Gezien de hemelbol voor ons overkomt als een twee-dimensionaal, gebogen oppervlak zijn twee hoekmetingen voldoende om de posities van de hemellichamen relatief tegenover elkaar te bepalen.
Men kan gelijk welk coördinatenstelsel gebruiken.
Elk stelsel gebruikt een referentievlak welke een grote cirkel projecteert op de hemelbol, en daarnaast kiest men een specifiek referentiepunt op deze cirkel.
De coördinaten worden dan bepaald door de hoekmeting rond deze grote cirkel vanuit dat referentiepunt en door de hoekafstand vanaf de referentiecirkel loodrecht via een andere grote cirkel op dat vlak.

a) Het equatoriaal coördinaten stelsel.



In dit stelsel wordt de equator van de aarde als referentievlak genomen. (Door het verlengen van de aardas in de ruimte krijgt men in de hemelbol de hemelpolen, evenver van elk ligt de hemelequator, het vlak door de equator van de aarde). De projectie van dit vlak snijdt de hemelbol in een grote cirkel die de hemelequator wordt genoemd. Het referentiepunt op de hemelequator wordt bepaald door het snijvlak met de ecliptica (het vlak van de baan van de aarde).
De Zon volgt schijnbaar de ecliptica in zijn dagelijkse beweging tegen de sterrenachtergrond. Dit pad wordt de ecliptica genoemd, omdat de maan- en zonneeclipsen langs dit pad gebeuren.
Gezien de equator een helling heeft van 23°26-8' tegenover de ecliptica, snijden deze twee vlakken elkaar in twee punten.
En waar de Zon schijnbaar de hemelequator kruist van Zuid naar Noord is als referentiepunt gekozen d.i. de lenteequinox of lentepunt of 0° Ram (vernal equinox of lenteequinox).
De positie van een hemellichaam wordt hier bepaald door de afstand van de lenteequinox (vernal equinox of 0° Ram of het lentepunt) - gemeten langs de hemelequator (de equator - horizontaal zouden we kunnen zeggen), en door de afstand vertikaal boven of onder de hemelequator. Dit paar coördinaten noemt voor het horizontale gedeelte de "rechte klimming" en voor het vertikale gedeelte de "declinatie".
Dit systeem wordt door astronomen vooral gebruikt voor aarde-gebonden observatie, gezien het de dagelijkse beweging van een hemellichaam door de hemel goed kan beschrijven.


Rechte klimming (oost-west of de right ascension op de tekening) kan worden uitgedrukt in graden (0..360°) of in hoek-uren (0 ... 24) waarbij één hoek-uur gelijk is aan 15°. Met beide maateenheden kan men een cirkel meten. In de Noordelijke hemisfeer verhoogt de rechte klimming kloksgewijs wanneer je naar het Noorden kijkt
Declinatie (de hemelequivalent van hoogte of declination) wordt steeds uitgedrukt in graden. Om een idee te hebben wat één graad betekent aan de hemel: de Volle Maan heeft een diameter van een halve graad.
Tussen de lente- en de herfstequinox in rijst de ecliptica tot haar maximale declinatie op +23,5° (zomersolstitium) en valt dan terug tot haar minimale declinatie op -23,5° (wintersolstitium).

b) Het ecliptisch coördinatenstelsel.

De positie van een hemellichaam wordt hier bepaald door de afstand van de lenteequinox (0° Ram of het lentepunt) - gemeten langs de ecliptica (voor wat de horizontale component betreft) en door de afstand vertikaal boven of onder de Ecliptica. Het ecliptisch coördinatenstelsel wordt voornamelijk gebruikt voor het berekenen van de banen van de planeten rond de Zon (of rond de aarde zoals het geval is voor de Maan).
De geografische lengte wordt steeds in graden (0° ... 360°) berekend. Daarbij is het wel traditie dat deze 360° worden ingedeeld in 12 gelijke delen van 30°, de tekens genoemd. Deze tekens hebben de namen gekregen van Ram ... tot ... Vissen. Men geeft daarbij de naam van het teken en het aantal graden in dat teken, om de positie van een hemellichaam op te geven.
De vertikale positie wordt steeds uitgedrukt in graden.

Beide coördinatenstelsels delen hetzelfde vertrekpunt namelijk het snijpunt van het vlak van de Ecliptica met het vlak van de hemelequator.

De westerse astrologen die de tropische zodiac gebruiken werken dus met juist dezelfde coördiantenstelsels als de astronomen. Astrologen vermengen wel de beide coördinatenstelsels. Van de ene ge

bruikt men de geografische lengten (men meet deze dus langs de ecliptica), en van de andere gebruikt men de declinaties (de afstand boven of onder de hemelequator).

Astrolgosch heeft dit wel zin, maar men dient toch op de hoogte te zijn van het astronomische verschil. We kunnen dus declinatie en geografische lengten niet simpleweg vergelijken met de horizontale of vertikale positie van een stad op een landkaart.

Wat betekent dat nu astrologisch?
We zeggen van twee planeten die niet conjunct staan in de geografische lengten, maar vertikaal dezelfde declinatie hebben, dat ze parallel zijn. Staan de twee planeten in dezelfde declinatiegraad maar de ene Noordelijk en de andere Zuidelijk van de hemelequator dan noemen we ze contraparallel.
Indien beide planeten zowel conjunct staan in de geografische lengten als in de declinaties dan vormen deze planeten een eclips.
Astrologisch geeft men dezelfde betekenis aan conjunct als aan parallel. Ook aan contraparallel geeft men dezelfde betekenis, maar iets minder sterk. Sommige astrologen geven aan een contraparallel de betekenis van een oppositie.

Noot:
Coördinatenstelsels:deel 2

a) Het geografisch coördinatenstelsel
b) Het topografisch coördinatenstelsel
c) Het galactisch coördinatenstelsel


 

articles/artikels
sites



Home Mandala
Voor een goed overzicht van deze site, klik op Sitemap