|
We kunnen stellen dat de astronomie is
ontstaan om de hemelsfeer te beschrijven vanuit onze
positie op de aarde.
In grote lijnen kunnen we stellen dat de aarde 3 bewegingen
maakt.
- De aarde beweegt om de Zon.
Het lijkt - alhoewel we wel beter weten - dat de Zon
om de aarde draait. Op deze schijnbare weg volgt de
Zon steeds dezelfde baan, de ecliptica genaamd.
Om te bepalen waar de Zon zich bevindt op de ecliptica,
maken we gebruik van het begrip lengte (geografische
lengte, ecliptische lengte of longitude genaamd).
De lengte is de afstand tussen het lentepunt
en de positie van de Zon.
Het lentepunt vormt samen met het aan de andere kant
gelegen herfstpunt de as of de snijlijn waar de vlakken
door de ecliptica en de hemelequator elkaar snijden.
De ecliptica of de schijnbare baan van de Zon is een
cirkel verdeeld in 12 gelijke stukken, te beginnen
met Ram (0° Ram valt samen met het lentepunt,
daar waar de Zon staat als de lente begint) tot Vissen
(de tekens Ram tot Vissen zijn genoemd naar de sterrenbeelden
die oorspronkelijk achter de Zon lagen vanuit de aarde
gezien).
Het is met dit begrip dat de posities van Zon, Maan
en planeten traditioneel in onze horoscoop worden
gemeten: de zogenaamde moedertaal van de astrologie.
- Terwijl dat de aarde zijn baan volgt rond de
Zon, draait de aarde om zijn eigen as.
Deze as wordt de rotatie-as of aardas genoemd. Het
verlengde hiervan is de hemelas. De rotatie gebeurt
oost-west, dus tegen de wijzers van de klok in. Deze
as vormt een hoek met de baan die de aarde volgt rond
de Zon. Deze hoek bedraagt van 66°34'. De schijnbare
baan van de Zon maakt dus een hoek met de hemelequator
van 23°26'. Men zegt dat de schijnbare baan van
de Zon helt of een bepaalde declinatie maakt.
Het is deze declinatie die de afwisseling van
de seizoenen veroorzaakt alsook de ongelijke lengte
van dag en nacht. De constante scheve stand van de
aarde brengt ook mee dat afwisselend elk der beide
halfronden het ene halfjaar naar de Zon is toegewend,
het andere van de Zon afgewend.
- De aarde tolt om haar eigen as, dit veroorzaakt
de zogenaamde precessie
der equinoxen.
- Noot (doet hier weinig ter zake): om volledig te
zijn, de aarde maakt ook nog enkele andere bewegingen
ook, zoals enkele kleine schommelingen van de rotatie-as
in de aarde en de nutatie (als gevolg van de wisselende
aantrekking van Zon en Maan op de equatoriale verdikking
- het surplus aan massa in de gebieden aan de evenaar.
- Belangrijke conclusies :
- zonder declinatie , was er géén
ecliptica, gezien die zou samenvallen met de equator.
Zonder de declinatie moet men dus ook géén
geografische lengten berekenen, noch de declinatie
van de Zonn net zoals men nu ook géén
hoogte boven de ecliptica boven of onder de ecliptica
voor de Zon moet berekenen (gezien die er per
definitie mee samenvalt). Het enige wat men nog
zou kunnen berekenen is de rechte klimming
of right ascension. Voor de Maan en de andere
planeten zou men dan nog wel de hoogte moeten
berekenen, maar dan wel enkel tegenover de equator
, gezien de ecliptica dan niet zou bestaan.
- zonder declinatie hebben we:
- géén seizoenen
- één eeuwige equinox (de Zon
zou immers altijd rechtegenover de equator
staan) (equinox is Grieks, equi = gelijk,
nox = nacht)
- de Tropische Zodiak of de symboliek van
het leven zou niet bestaan. Het zijn immers
de seizoenen die het levensritme op aarde
de veranderingscycli bepalen.
- géén kardinale (= belangrijkste)
punten. Deze werden de kardinale of belangrijkste
punten genoemd omdat deze in de declinatie
de scharnier en zwevende punten betekenen.
Scharnierpunten zijn 0° Ram en 0°
Weegschaal omdat het de snijpunten zijn van
de vlakken van de ecliptica en de equator.
De zwevende punten zijn de Solstice punten
of 00 Kreeft en 0° Steenbok waar de Zon
schijnt de zweven of stil te staan (solstice
is Latijn, sol = Zon, stices = stilstaan).
- dagen en nachten zouden even lang zijn
- géén solstice punten: alle
dagen en nachten zouden dezelfde lengte hebben
met meer of minder licht of duisternis al
naargelang de positie van de aarde.
de antiscia zouden niet bestaan (deze spiegelen
punten met dezelfde declinatie van de Zon,
terwijl deze daalt of stijgt maar dn op verschillende
punten op de ecliptische lengte (antiscia
is Grieks, anti = tegengesteld, scia = schaduw)
Wat is die declinatie ?
1) We kennen declinatie (komt van het Lat declinatio
= afwijking) ls één van de coördinaten
van het bewegend equatoriaal coördinatenstelsel.
Daarbij geeft de declinatie de Noord/Zuid afstand
aan loodrecht boven de hemelequator, de andere coördinaat
is de rechte klimming (right ascension), die
de afstand meet op de equator zelf. M.a.w. declinatie
meet de hoogte van een hemellichaam boven of onder het
equatorvlak (zie figuur hieronder). De hoek tussen de
twee vlakken, de ecliptica en de equator bedraagt 23°26-28'.
Deze twee vlakken snijden elkaar in de as 0° Ram
(lentepunt of vernal equinox)- 0° Weegschaal (herfstpunt).
In een aantal efemeridenboeken vindt je de declinaties
terug (bv in de Ephemerides, International Edition,
St Michel-Editions). In de tabel onder de lengten (longitudes)
worden de declinaties opgegeven van de Zon, Maan en
de planeten. Alhoewel de lengten de moedertaal van de
astrologie worden genoemd, zijn de declinaties zeker
even belangrijk.
De geografische lengten of lengten
(longitudes) maken deel uit van een ander coördinatenstelsel
- het eclipticastelsel. De twee coördinaten zijn
hier de lengte en de hoogte. De hoogte wordt
hier gemeten ten opzichte van het vlak van de ecliptica.
En de lengte (de gegevens die in de efemeriden staan
opgegeven) wordt gemeten langs de ecliptica vanaf het
lentepunt tegen de schijnbare beweging der hemellichamen
in. De lengte de zogenaamde moedertaal van de astroloog
is de coördinaat waar altijd mee gewerkt wordt
in de astrologie.
2) Het
begrip declinatie verwijst ook naar de hoek van 23°26-28'
tussen de ecliptica en de equator. De baan die de Zon
volgt in haar schijnbare baan rond de aarde wordt de
ecliptica genoemd.
Noot: Het vredesteken wordt gemaakt door
de wijsvinger en middenvinger, de hoek daartussen bedraagt
23,5°. In oorsprong, lang voor het Boeddhisme en
Christendom, was dit de heilige maateenheid van 23,5°
of de hoek van de aardas, de helling tussen de equator
en de ecliptica, een mijlpunt in het materieel, spiritueel,
geestelijk en emoioneel begrijpen van het universum
door de mens.
Conclusies: De declinatie
geeft dus de schijnbare hoogte aan van de Zon in het
equatoriaal coördinatenstelsel. En de lengte
geeft de afstand aan langs de ecliptica gemeten vanaf
het lentepunt in het ecliptisch coördinatenstelsel.
Als je dus de schijnbare baan van
de Zon om de aarde wil beschrijven, dan heb je twee
begrippen nodig: namelijk: het begrip lengte
en het begrip declinatie.
|