Sky & Telescope
Dennis di Cicco
 

A s t r o l o g y - Mandala

Declination
 
Only In English
Only in Dutch
Other (Dutch)
 
Home Mandala Declination Verband tussen de lengtes op de ecliptica en de declinaties You are here

 


 

Declinaties

Hoe leggen we de band tussen de lengten als maateenheid en de declinaties ?

available only in Dutch

We kunnen stellen dat de astronomie is ontstaan om de hemelsfeer te beschrijven vanuit onze positie op de aarde.
In grote lijnen kunnen we stellen dat de aarde 3 bewegingen maakt.

  1. De aarde beweegt om de Zon.
    Het lijkt - alhoewel we wel beter weten - dat de Zon om de aarde draait. Op deze schijnbare weg volgt de Zon steeds dezelfde baan, de ecliptica genaamd.
    Om te bepalen waar de Zon zich bevindt op de ecliptica, maken we gebruik van het begrip lengte (geografische lengte, ecliptische lengte of longitude genaamd). De lengte is de afstand tussen het lentepunt en de positie van de Zon.
    Het lentepunt vormt samen met het aan de andere kant gelegen herfstpunt de as of de snijlijn waar de vlakken door de ecliptica en de hemelequator elkaar snijden.
    De ecliptica of de schijnbare baan van de Zon is een cirkel verdeeld in 12 gelijke stukken, te beginnen met Ram (0° Ram valt samen met het lentepunt, daar waar de Zon staat als de lente begint) tot Vissen (de tekens Ram tot Vissen zijn genoemd naar de sterrenbeelden die oorspronkelijk achter de Zon lagen vanuit de aarde gezien).
    Het is met dit begrip dat de posities van Zon, Maan en planeten traditioneel in onze horoscoop worden gemeten: de zogenaamde moedertaal van de astrologie.
  2. Terwijl dat de aarde zijn baan volgt rond de Zon, draait de aarde om zijn eigen as.
    Deze as wordt de rotatie-as of aardas genoemd. Het verlengde hiervan is de hemelas. De rotatie gebeurt oost-west, dus tegen de wijzers van de klok in. Deze as vormt een hoek met de baan die de aarde volgt rond de Zon. Deze hoek bedraagt van 66°34'. De schijnbare baan van de Zon maakt dus een hoek met de hemelequator van 23°26'. Men zegt dat de schijnbare baan van de Zon helt of een bepaalde declinatie maakt. Het is deze declinatie die de afwisseling van de seizoenen veroorzaakt alsook de ongelijke lengte van dag en nacht. De constante scheve stand van de aarde brengt ook mee dat afwisselend elk der beide halfronden het ene halfjaar naar de Zon is toegewend, het andere van de Zon afgewend.
  3. De aarde tolt om haar eigen as, dit veroorzaakt de zogenaamde precessie der equinoxen.
  4. Noot (doet hier weinig ter zake): om volledig te zijn, de aarde maakt ook nog enkele andere bewegingen ook, zoals enkele kleine schommelingen van de rotatie-as in de aarde en de nutatie (als gevolg van de wisselende aantrekking van Zon en Maan op de equatoriale verdikking - het surplus aan massa in de gebieden aan de evenaar.
  5. Belangrijke conclusies :
    1. zonder declinatie , was er géén ecliptica, gezien die zou samenvallen met de equator. Zonder de declinatie moet men dus ook géén geografische lengten berekenen, noch de declinatie van de Zonn net zoals men nu ook géén hoogte boven de ecliptica boven of onder de ecliptica voor de Zon moet berekenen (gezien die er per definitie mee samenvalt). Het enige wat men nog zou kunnen berekenen is de rechte klimming of right ascension. Voor de Maan en de andere planeten zou men dan nog wel de hoogte moeten berekenen, maar dan wel enkel tegenover de equator , gezien de ecliptica dan niet zou bestaan.
    2. zonder declinatie hebben we:
      • géén seizoenen
      • één eeuwige equinox (de Zon zou immers altijd rechtegenover de equator staan) (equinox is Grieks, equi = gelijk, nox = nacht)
      • de Tropische Zodiak of de symboliek van het leven zou niet bestaan. Het zijn immers de seizoenen die het levensritme op aarde de veranderingscycli bepalen.
      • géén kardinale (= belangrijkste) punten. Deze werden de kardinale of belangrijkste punten genoemd omdat deze in de declinatie de scharnier en zwevende punten betekenen. Scharnierpunten zijn 0° Ram en 0° Weegschaal omdat het de snijpunten zijn van de vlakken van de ecliptica en de equator. De zwevende punten zijn de Solstice punten of 00 Kreeft en 0° Steenbok waar de Zon schijnt de zweven of stil te staan (solstice is Latijn, sol = Zon, stices = stilstaan).
      • dagen en nachten zouden even lang zijn
      • géén solstice punten: alle dagen en nachten zouden dezelfde lengte hebben met meer of minder licht of duisternis al naargelang de positie van de aarde.

      de antiscia zouden niet bestaan (deze spiegelen punten met dezelfde declinatie van de Zon, terwijl deze daalt of stijgt maar dn op verschillende punten op de ecliptische lengte (antiscia is Grieks, anti = tegengesteld, scia = schaduw)

       

Wat is die declinatie ?
1) We kennen declinatie (komt van het Lat declinatio = afwijking) ls één van de coördinaten van het bewegend equatoriaal coördinatenstelsel. Daarbij geeft de declinatie de Noord/Zuid afstand aan loodrecht boven de hemelequator, de andere coördinaat is de rechte klimming (right ascension), die de afstand meet op de equator zelf. M.a.w. declinatie meet de hoogte van een hemellichaam boven of onder het equatorvlak (zie figuur hieronder). De hoek tussen de twee vlakken, de ecliptica en de equator bedraagt 23°26-28'. Deze twee vlakken snijden elkaar in de as 0° Ram (lentepunt of vernal equinox)- 0° Weegschaal (herfstpunt).


declinatie


In een aantal efemeridenboeken vindt je de declinaties terug (bv in de Ephemerides, International Edition, St Michel-Editions). In de tabel onder de lengten (longitudes) worden de declinaties opgegeven van de Zon, Maan en de planeten. Alhoewel de lengten de moedertaal van de astrologie worden genoemd, zijn de declinaties zeker even belangrijk.

De geografische lengten of lengten (longitudes) maken deel uit van een ander coördinatenstelsel - het eclipticastelsel. De twee coördinaten zijn hier de lengte en de hoogte. De hoogte wordt hier gemeten ten opzichte van het vlak van de ecliptica. En de lengte (de gegevens die in de efemeriden staan opgegeven) wordt gemeten langs de ecliptica vanaf het lentepunt tegen de schijnbare beweging der hemellichamen in. De lengte de zogenaamde moedertaal van de astroloog is de coördinaat waar altijd mee gewerkt wordt in de astrologie.

2) Het begrip declinatie verwijst ook naar de hoek van 23°26-28' tussen de ecliptica en de equator. De baan die de Zon volgt in haar schijnbare baan rond de aarde wordt de ecliptica genoemd.

Noot: Het vredesteken wordt gemaakt door de wijsvinger en middenvinger, de hoek daartussen bedraagt 23,5°. In oorsprong, lang voor het Boeddhisme en Christendom, was dit de heilige maateenheid van 23,5° of de hoek van de aardas, de helling tussen de equator en de ecliptica, een mijlpunt in het materieel, spiritueel, geestelijk en emoioneel begrijpen van het universum door de mens.

Conclusies: De declinatie geeft dus de schijnbare hoogte aan van de Zon in het equatoriaal coördinatenstelsel. En de lengte geeft de afstand aan langs de ecliptica gemeten vanaf het lentepunt in het ecliptisch coördinatenstelsel.

Als je dus de schijnbare baan van de Zon om de aarde wil beschrijven, dan heb je twee begrippen nodig: namelijk: het begrip lengte en het begrip declinatie.

 

articles/artikels
sites



Home Mandala
Voor een goed overzicht van deze site, klik op Sitemap